Gaudentius Diemel - Leidse jaren 1790-1818

🪟VENSTER 1- ZIJN LEIDSE WOONBUURT

1.1 Rond de Hooigracht
Wie de vijf Leidse adressen van Gaudentius Diemel op een kaart zet, ontdekt iets opvallends. Gedurende de achtentwintig jaar die hij in Leiden woonde, bleef zijn wereld beperkt tot een klein gebied rond de Hooigracht. Al zijn woningen lagen binnen een straal van ongeveer tweehonderd meter van elkaar. Binnen die paar straten speelde zich vrijwel zijn hele Leidse leven af.



Met dank aan 'Historisch Leiden in Kaart'
voor de hulp bij het onderzoek in Leiden

Toen Gaudentius zich op 12 februari 1790 als poorter van Leiden liet inschrijven, begon voor hem een nieuw hoofdstuk. Vanuit zijn eerste woning in de Beschuitsteeg bouwde hij als zelfstandig kleermaker een bestaan op. Daarna verhuisde hij achtereenvolgens naar de Hooigracht, de Groenesteeg, de Herengracht en in zijn laatste levensjaar opnieuw naar de Hooigracht, waar hij in 1818 overleed.




Waarom hij deze verhuizingen maakte, laten de bronnen niet zien. Mogelijk hielden zij verband met veranderingen binnen zijn gezin, zijn werk of zijn financiële omstandigheden. Zeker is alleen dat hij Leiden nooit meer verliet en zijn leven zich bleef afspelen binnen dezelfde vertrouwde buurt.

Leiden was rond 1800 een stad in overgang. De ooit zo bloeiende lakenindustrie verloor geleidelijk haar internationale betekenis. Oorlogen, handelsbelemmeringen en politieke omwentelingen troffen de stedelijke economie zwaar. Toch bleef de stad een belangrijk centrum van ambachten, handel en bestuur. Juist in die veranderende omgeving bouwde Gaudentius als zelfstandig kleermaker zijn bestaan op.

Zijn Leidse jaren vielen samen met de overgang van de Republiek naar de Bataafse Republiek, vervolgens de Franse Tijd en uiteindelijk het Koninkrijk der Nederlanden. Midden in die roerige periode werd Leiden op 12 januari 1807 bovendien getroffen door de verwoestende buskruitramp.1 Vanuit zijn woning in de Groenesteeg, op slechts enkele honderden meters van de plaats van de ontploffing, zal Gaudentius de explosie vrijwel zeker hebben gehoord en gevoeld. Welke gevolgen deze gebeurtenissen persoonlijk voor hem en zijn gezin hadden, laten de bronnen echter niet zien.

Juist daarom zijn de vele kleine archiefvondsten zo waardevol. Geen ervan vertelt veel over Gaudentius afzonderlijk, maar samen schetsen zij een verrassend consistent beeld. In 1790 verschijnt hij als poorter van Leiden. In 1802 legt hij als buurtgenoot een notariële verklaring af over gebeurtenissen aan de Hooigracht.
In 1807 treffen we hem aan als zelfstandig ondernemer die na het protesteren van een wissel zijn schuld erkent en met zijn leverancier een ordelijke afbetalingsregeling overeenkomt.2 Vier jaar later verklaart hij zich samen met Arie Diemel garant voor het onderhoud van het gezin van een plaatsvervanger in militaire dienst.3 Tenslotte bevestigen de patentregisters van 1817 en 1818 dat hij ook in de laatste jaren van zijn leven nog als zelfstandig kleermaker werkzaam was aan de Hooigracht.

Uit de obligatie van 1807 blijkt bovendien dat Gaudentius zaken deed met de firma Schmitz Cruse & Comp. uit Neuenkirchen, die haar goederen onder meer via een handelshuis in Rotterdam leverde. Opvallend is dat ook zijn oom Frans Otto Diemel, eveneens kleermaker en woonachtig in Voorhout, via dezelfde firma stoffen betrok. Dat hoeft geen toeval te zijn. Uit verschillende bronnen blijkt dat de vier Hollandgangers uit de familie Diemel onderling nauw contact onderhielden. Zij ondersteunden elkaar financieel, traden geregeld op als doopgetuigen bij elkaars kinderen en bleven ook na hun vestiging in Holland met elkaar verbonden. Tegen die achtergrond is het aannemelijk dat ook kennis over leveranciers, stoffen en handelscontacten binnen de familie werd gedeeld. Rechtstreeks bewijs daarvoor ontbreekt weliswaar, maar de beschikbare bronnen maken deze veronderstelling alleszins plausibel.

Wat uit al deze archiefstukken vooral naar voren komt, is geen uitzonderlijk levensverhaal, maar juist de gestage opbouw van een bestaan. De bronnen laten geen groot koopman zien, maar ook geen man die ten onder ging aan de economische neergang van zijn tijd. Zij tonen veeleer een zelfstandig ambachtsman die zich, ondanks de moeilijke omstandigheden waarin Leiden rond 1800 verkeerde, tientallen jaren wist te handhaven. Hij woonde in dezelfde buurt, oefende er zijn vak uit, voedde er zijn groeiende gezin op en bleef deel uitmaken van de gemeenschap waarin hij leefde.

Zo vormen de vijf huizen op de kaart meer dan alleen woonadressen. Zij markeren de plaatsen waar Gaudentius zijn leven opbouwde. De huizen laten zien waar hij woonde; de archiefstukken laten zien hoe hij daar leefde. Samen openen zij een bescheiden, maar waardevol venster op het leven van een Leidse kleermaker, die gedurende bijna dertig jaar zijn plaats wist te vinden in een stad die voortdurend veranderde.

  1. De Leidse buskruitramp: Leiden 1807 - Een schip met aan boord duizenden kilo’s buskruit vaart via Leiden van Haarlem naar Delft. In de middag vaart het schip langs de Steenschuur in Leiden. Er gaat iets mis aan boord en een enorme ontploffing doet de stad opschrikken. Op 12 januari 1807 vindt de Leidse buskruitramp plaats met meer dan honderd doden als gevolg.
  1. Gaudentius regelt zakelijke schuld met firma Schmitz Cruse & Comp. Erfgoed Leiden en Omstreken, Notarieel Archief Leiden, notaris Thomas van Bergen, dd. 17 augustus 1807, toegang 0506, inv.nr. 2717, akte 85. [Bekijk online] ? terug
  1. In de acte wordt bij notaris van Gent overeengekomen dat de dienstplicht van Arie Diemel (Arend Theodorus Diemel 29-10-1788) wordt vervangen door Pieter Bankeman. Als tegenprestatie staan Arie en Goudens Diemel garant voor het levensonderhoud van de vrouw van en kind van Pieter Bankeman totdat hij van dienst zal zijn ontslagen. In geval zij in tussenliggende tijd tot armoede mocht komen te vervallen, hoeven zij geen beroep te doen het armoedefonds en zullen zij geheel door Arie en Goudens onderhouden worden. dd. 17 augustus 1811, toegang 0507 inv.nr. 137, akte 43 (scan 71). [Bekijk online] ? terug