Gaudentius Diemel - Leidse jaren 1790-1818
🪟VENSTER 2 - EEN BUURGESCHIL
2.5 Gaudentius terug in beeld
De attestatie vertelt ons weinig over de grote lijnen van Gaudentius' levensloop. Toch voegt zij enkele kleine, maar betekenisvolle bijzonder-
heden toe aan wat we van zijn Leidse jaren weten. Juist zulke fragmenten zijn in genealogisch onderzoek waardevol. Ze vertellen niet alleen waar en wanneer iemand leefde, maar laten soms iets zien van zijn dagelijkse bezigheden, zijn contacten en de omgeving waarin hij verkeerde.
Zo verschijnt Gaudentius in deze akte niet alleen als getuige, maar ook als buurtgenoot en kleermaker. Hij kende de omgeving waarin de veelvuldige bezoeken van Anthony van Bommel aan de weduwe Van Dinter plaatsvonden en had daarnaast beroepshalve contact met haar. Zijn afzonderlijke verklaring over de herenjas van Anthony, die hij in opdracht van de weduwe vermaakte tot een jas voor haar zoon, is daarvan een klein maar bijzonder voorbeeld.
Juist het opnemen van dit voorval roept echter een intrigerende vraag op. De andere afzonderlijke verklaring van Gaudentius — over de openstaande straatdeur waardoor Anthony zonder aan te bellen naar binnen kon lopen — sluit rechtstreeks aan bij hetgeen ook Maria van den Boon over de opvallende omgang tussen Anthony en de weduwe verklaarde. Het verhaal over de jas heeft een ander karakter. Hier vertelt Gaudentius over iets wat hij zelf als kleermaker met de weduwe had meegemaakt en waarbij bovendien een kledingstuk van Anthony betrokken was. Waarom kreeg juist dit detail afzonderlijk een plaats in de attestatie?
De akte vermeldt dat zij werd opgesteld op verzoek van een belanghebbende, maar noemt deze persoon niet. Evenmin weten we wie het onderwerp van de jas ter sprake bracht. Werd Gaudentius ernaar gevraagd omdat het voorval voor de belanghebbende betekenis had? Of heeft hij van de gelegenheid gebruikgemaakt om zelf ook deze gebeurtenis te laten vastleggen? Misschien was er nog een andere aanleiding. De bronnen geven daarop geen antwoord. Meer dan mogelijkheden zijn dit daarom niet, maar juist het afwijkende karakter van het jasfragment maakt de vraag gerechtvaardigd.
Ook de aanleiding voor de attestatie als geheel blijft onbekend. Tegen de achtergrond van de juridische en financiële verwikkelingen waarin Anthony van Bommel en de weduwe Van Dinter in deze periode betrokken waren, is het denkbaar dat de akte binnen een bredere juridische context moet worden geplaatst.6 Wie de belanghebbende was, met welk doel de attestatie werd verlangd en welke betekenis de verschillende verklaringen daarin hadden, hebben de geraadpleegde bronnen tot dusver niet duidelijk gemaakt. Daarmee blijft ook dit een spoor voor verder onderzoek.
Door het venster dat deze attestatie op het Leidse leven van Gaudentius heeft geopend, vangen we niet meer dan een glimp op. Het glas is verweerd door de tijd, maar toch wordt iets zichtbaar van de man achter de naam: een kleermaker, een buurtgenoot en een getuige, die ruim tweehonderd jaar later even uit de archieven naar voren treedt. Misschien wordt het beeld ooit scherper door een nieuwe archiefvondst. Tot die tijd is dit wat het venster ons laat zien. Meer niet, maar ook niet minder.
- Tijdens dit onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat zowel Anthony Cornelis Martinus van Bommel als de weduwe van Dinter (Maria Theresia Coenen) in de jaren rond 1798 in juridische en financiele verwikkelingen waren betrokken. Beiden werden in 1798 gearresteerd en verdedigden zich nadien publiekelijk tegen de beschuldigingen die aan hun adres waren geuit. Tegen deze achtergrond lijkt de attestatie te passen binnen een bredere juridische context dan aanvankelijk werd verondersteld.
