Gaudentius Diemel - Stompwijkse jaren 1777-1790

3. WAT BRACHT GAUDENTIUS NAAR STOMPWIJK?

3.1 Waarom naar Stompwijk?
Zoals eerder aangeven, waren de slechte sociaaleconomische omstandigheden in zijn geboortestreek in Westfalen waarschijnlijk de aanleiding voor Gaudentius om in Holland een beter bestaan te zoeken.
Waarom hij zich uiteindelijk juist in Stompwijk vestigde, is niet direct uit de bronnen af te leiden. Wel staat vast dat zijn oom Frans Otto zich al eerder -in 1756- in Voorhout had gevestigd, op relatief korte afstand van Stompwijk. Het is niet ondenkbaar dat Gaudentius gebruik heeft gemaakt van dat contact. Mogelijk werd hij door zijn oom gewezen op werk in de regio, of hij koos er bewust voor om zich in diens nabijheid te vestigen.
Daarnaast kan het dorpse karakter van de omgeving een rol hebben gespeeld. De overstap van zijn geboorteplaats Niederbergheim naar de plattelandssamenleving van Stompwijk was wellicht minder groot dan een verhuizing naar de stad. Het is goed denkbaar dat juist die vertrouwde sfeer hem aantrok.
Desalniettemin valt toeval niet uit te sluiten; hij kan ook via werkomstandigheden of informele contacten in Stompwijk terecht zijn gekomen.

3.2 Eerste sporen in Stompwijk
In de archieven van Stompwijk duikt zijn naam voor het eerst op in de zogenoemde boedelhuisboeken. In deze en andere bronnen uit Stompwijk wordt zijn voornaam overigens in wisselende vormen geregistreerd, zoals Gaudens, Goudius, Goudens en Godens.
In deze boedelhuisboeken werd de verkoop van inboedels aan kopers binnen het ambacht Stompwijk vastgelegd. Uit deze bron blijkt dat hij in april 1777 een ketel, zes stoelen en een kast kocht uit de inboedel van de erfgenamen van Haasje Vrijhof.
Deze aankopen kunnen wijzen op de inrichting van zijn eerste woonruimte, vermoedelijk in Stompwijk. De vraag die je kunt stellen: werden deze aankopen gedaan met zijn eerste in Stompwijk verdiende geld, of had hij dit gespaarde geld meegenomen uit Duitsland? Hoe dan ook, de aankopen zijn opvallend en suggereren dat hij op dat moment beschikte over een woonruimte, mogelijk in Stompwijk zelf.

3.3 Mogelijke werkzaamheden in Stompwijk
Over de werkzaamheden die Gaudentius direct na zijn aankomst verrichtte, zwijgen de bronnen. Wel staat vast dat hij zich vestigde in een gebied waar veenwinning, landbouw en inpolderingswerkzaamheden het landschap en het dagelijks leven bepaalden.

Het is denkbaar dat hij aanvankelijk als veenwerker aan de slag ging, bijvoorbeeld in de Campens- of Huiszitterpolder of in de Kniplaans- of Meeslouwerpolder, waar toen nog veen werd gewonnen. Dergelijk werk was toegankelijk voor nieuwkomers en vereiste geen specifieke opleiding. Vast staat dat hij later contact had met Willem van Rijn, veenman en landbouwer in de Huiszitterspolder. Toen Gaudentius, inmiddels getrouwd, in 1787 zijn derde kind kreeg — Wilhelmus Josephus — bleken Willem van Rijn en diens vrouw Maria Witteman de doopgetuigen te zijn. Dit wijst op een persoonlijke band, die mogelijk al eerder is ontstaan, bijvoorbeeld in een werkcontext, al blijft dat onzeker.

Daarnaast is het goed mogelijk dat hij dat hij betrokken was bij inpolderingswerkzaamheden. Ook kan hij werk hebben gevonden bij een boer, bijvoorbeeld als maaier of landarbeider, waarbij hij tevens onderdak kreeg, bijvoorbeeld in een schuur, stal of als kostganger in een particulier thuis. Mogelijk was die gastvrije particulier zijn toekomstige schoonvader Lelijveld, bij wie hij zijn latere vrouw Marijtje leerde kennen. Wellicht kreeg hij zelfs de kans om in diens schoenmakerij te werken.

Of toch werkzaam in een kleermakerij ?
Een andere mogelijkheid is dat Gaudentius zijn afkomst uit een kleermakersfamilie niet wilde verloochenen en daarom bewust werk in die branche zocht. Het ambacht was immers diepgeworteld in zijn familie: zowel zijn vader en grootvader in Duitsland als zijn oom Frans Otto in Voorhout oefenden het kleermakersvak uit. Het is dan ook aannemelijk dat hij de vaardigheden bezat om zich in Stompwijk als kleermaker of knecht te vestigen. Deze veronderstelling wordt ondersteund door latere bronnen: de poorterboeken van Leiden vermelden in 1790 expliciet dat hij kleermakersknecht was, en enkele jaren later stond hij te boek als zelfstandig kleermaker.

Gelet op deze feiten is het interessant dat binnen de familie de overlevering bestaat dat Gaudentius aanvankelijk als lakenkoopman naar Holland kwam en pas later kleermaker werd. Hoewel voor de handel in laken geen harde bewijzen zijn gevonden, bevat dit verhaal mogelijk een kern van waarheid. Hoewel de werkzaamheden wezenlijk verschillen, is een dergelijke carrièreswitch — van de handel in stoffen naar de verwerking ervan — goed voorstelbaar.
Wanneer we deze gedachte verder doortrekken, ontstaat een interessant scenario: zou Gaudentius bij zijn aankomst in Stompwijk in 1777 als lakenkoopman zaken hebben gedaan met de daar wonende meesterkleermaker Pieter Ingenraaij ? Mogelijk leidde dit contact tot een nauwere band, temeer daar Pieter — net als Gaudentius — Duitse wortels had.
Bovendien blijkt uit de belastingregisters van Stompwijk dat zij in ieder geval in elkaars directe nabijheid woonden. De belastinginner volgde jaarlijks een vaste route en in de registers staan Gaudentius en Pieter Ingenraaij telkens direct na elkaar geregistreerd. Bovendien blijkt uit de morgenboeken dat Pieter eigenaar was van een pand aan de Stompwijkseweg. Het is daarom goed mogelijk dat Gaudentius eveneens aan de Stompwijkseweg woonde, bijvoorbeeld in een naastgelegen huurpand of aan de overzijde van de vaart. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat hij bij Pieter Ingenraaij inwoonde en mogelijk voor hem werkte.
De situatie rond de werkplaats van Pieter is echter minder eenduidig dan op het eerste gezicht lijkt. Uit diens testament van maart 1780 blijkt dat hij al een ‘knecht’ of bode in dienst had: Anthony Gerritsz, aan wie hij een legaat van 200 gulden naliet. Hoewel dit een aanstelling van Gaudentius in dezelfde rol minder aannemelijk maakt, sluit het een samenwerking niet volledig uit. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met andere mogelijkheden; het is immers niet bewezen dat Gaudentius in die eerste jaren direct in de kleermakerij werkzaam was. Hij kan evengoed als dagloner, turfsteker of landarbeider zijn brood hebben verdiend en pas later het kleermakersvak hebben opgepakt.

Wat zijn werkzaamheden ook precies waren — als (laken)koopman, kleermaker of arbeider — vaststaat dat hij in deze jaren stevig wortelde in de lokale gemeenschap. Ondanks de aanvankelijk vreemde omgeving waarin hij zich vestigde, wist hij in de loop der jaren zijn plek te verwerven. Zijn verblijf in Stompwijk was dan ook allesbehalve kort: vijf jaar na zijn aankomst, in 1782, trouwde hij met Marijtje Lelijveld. Zij woonde ten tijde van het huwelijk hoogstwaarschijnlijk aan de Stompwijkseweg, naast de katholieke pastorie. Waar Gaudentius zelf op dat moment woonde, blijft echter onduidelijk.

Gaudentius was met zijn huwelijk in 1782 overigens geen op zichzelf staand geval. Hoewel het aantal Duitse 'Hollandgangers' dat zich permanent in Stompwijk vestigde over de gehele linie bescheiden lijkt, is er rond zijn trouwjaar een opvallende concentratie zichtbaar. Waar er tussen 1765 en 1787 in totaal vijftien mannen uit diverse delen van Duitsland met een Stompwijkse vrouw trouwden, vonden maar liefst tien van deze huwelijken plaats in de korte periode tussen 1779 en 1787. Dit suggereert dat er in die periode een relatief gunstig klimaat was voor deze nieuwkomers om zich permanent in de dorpsgemeenschap te vestigen.

3.4 Waar woonde Gaudentius in Stompwijk?
Hoewel de voorgaande beschrijving een mogelijk beeld geeft van zijn leven en werkzaamheden, blijft de vraag naar zijn exacte woonlocatie vooralsnog onbeantwoord. Wel weten we zeker dat hij vanaf 1779 als inwoner van Stompwijk geregistreerd staat. In dat jaar wordt hij voor het eerst als belastingplichtige vermeld, onder de naam Goudens/Goudius Diemel. Opvallend is dat zijn naam in het belastingkohier van 1779 en de jaren daarna steeds vóór die van Pieter Ingenraaij en ná die van Willem van Rijn staat. Dit zou erop kunnen duiden dat Willem, Gaudentius en Pieter in elkaars directe nabijheid woonden. Als we de woonlocaties van Willem en Pieter nader kunnen bepalen, kan dat mogelijk meer inzicht geven in de woonlocatie van Gaudentius

3.4.1 Woonlocatie kleermaker Pieter Ingenraaij
De woning van Pieter Ingenraaij is terug te vinden op de oude kaart van de Drooggemaakte Grote polder uit 1773 van landmeter Klaas de Vis, inclusief een lijst met namen van eigenaren. Ook op de eerste officiële kadastrale kaart van Stompwijk (sectie C, blad 01) uit 1819 is deze locatie terug te vinden, namelijk perceel nummer 180. Vervolgens de vraag: Is de woning van Willem van Rijn ook op deze kadastrale kaart aan te wijzen? Dat blijkt het geval.

3.4.2 Woonlocatie Willem van Rijn
Volgens de ‘protocollen van akten van transport van eigendommen’ in het rechterlijk archief van Stompwijk kocht Willem van Rijn in 1773 een huis in de Huiszitterspolder aan de Stompwijkseweg/-vaart. Uit de betreffende akte blijkt dat zijn moeder, Elisabeth Glimmerveen (weduwe van Jan van Rijn), direct ten oosten van hem woonde.

Uit een andere koopakte blijkt dat zijn broer Matthijs in hetzelfde jaar een perceel grond verwierf, ten oosten dat van zijn moeder, recht tegenover de pastorie aan de ander kant van de Stompwijkse vaart. Daarbij werd contractueel vastgelegd dat hij op dit perceel geen gebouwen mocht plaatsen of bomen planten, om het uitzicht van de pastorie niet te belemmeren. Juist deze bepaling maakt het mogelijk het perceel nauwkeurig te lokaliseren op de kadastrale kaart van 1819, aangezien de pastorie en kerk daarop duidelijk zijn aangegeven. Bovendien vermelden de bijbehorende ‘Oorspronkelijke aanwijzende tafels’ dat perceel nummer 168 nog steeds in het bezit van Matthijs was. Nu de locatie van dit perceel bekend is, kunnen ook de aangrenzende woonhuizen worden vastgesteld: die van zijn moeder (nummer 174) en van zijn broer Willem (nummer 185). Uit dezelfde tafels blijkt bovendien dat Matthijs later een deel van perceel 185 verwierf. Volgens de transportakten kocht hij dit in 1798 van de weduwe van Willem van Rijn. Dit bevestigt dat Willem in 1773 eigenaar was van perceel nummer 185 en daar woonde. Op de kaart blijkt dat zijn huis schuin tegenover de woning van Pieter Ingenraaij lag.

3.4.3 Conclusie: vermoedelijke woonlocatie van Gaudentius
Gelet op bovenstaande bevindingen — en in aanmerking nemend dat Willem van Rijn en zijn vrouw doopgetuigen waren bij de doop van Gaudentius’ derde zoon in 1786 — is het aannemelijk dat niet alleen Willem en Pieter in elkaars directe nabijheid woonden, maar ook Gaudentius. Op het bijgevoegde kaartje is de vermoedelijke woonlocatie van Gaudentius, in ieder geval in zijn eerste jaren in Stompwijk, aangegeven met een zwart gestippelde cirkel.


Toelichting: de kadasterkaart van 1819 als historisch kompas...
Het vaststellen van de locatie van een woning of perceel vóór 1819 is veelal gebaseerd op een combinatie van tekstuele bronnen — zoals belastingregisters, morgenboeken en koopcontracten — en historisch kaartmateriaal uit de archieven van Stompwijk. Ook landschappelijke kenmerken zoals wateringen, sloten en sluizen helpen bij het bepalen van de juiste plek.

De eerste kadasterkaart van 1819 heb ik als basis genomen om deze historische locaties voor dit verhaal over Gaudentius te visualiseren. Omdat er van de periode daarvóór nauwelijks vergelijkbaar kaartmateriaal beschikbaar is, vormt 1819 het enige concrete vertrekpunt, ook al kan de bebouwing in de tijd van Gaudentius afwijken van wat er op die kaart uit 1819 officieel is vastgelegd.

Hier staat tegenover dat we in Stompwijk veel continuïteit zien: langs de Stompwijkse Vaart is de lintbebouwing relatief stabiel, omdat de dijken en kreekruggen vaak de enige geschikte bouwplaatsen waren. Ook vond er veel herbouw op hetzelfde erf plaats; de woning op de kaart van 1819 staat dan op exact dezelfde locatie als bijvoorbeeld in 1750, ook al gaat het fysiek om een ander of vernieuwd gebouw.